Metis family


Herinneringen aan de oudsten van de
Prince George Métis oudere samenleving
.


Antonia (Anne) Brommeland
Geinterviewed door Sara Geirholm and Amanda Smashnuk in Prince George BC, 10 maart 1997.

Ik ben in 1927 geboren in The Pas region, in Young’s Point. Ik ben geboren bij mijn oma thuis.
Zij heeft ons allemaal op de wereld geholpen. We woonden in een soort hut, maar wij hadden allemaal ons eigen plekje. Wij waren daar veel omdat mijn vader een jager was. Hij nam ons wel eens mee naar het noorden, het noorden van The Pas, richting Sherridon. Maar soms, als het moest, liet hij ons achter. Dan ging hij in zijn eentje. Hij wou de familie soms niet meenemen, maar hij zorgde er wel voor dat we altijd samen bleven. 
Eenmaal in de wildernis maakten we een kamp en gingen we vanaf daar vallen zetten. Dat was zover als wij zouden gaan, en dan gingen wij soms per vliegtuig van The Pas naar zijn vallijnen toe. Tom Lamb’s vliegmaatschappij bestaat nog steeds. We gebruikten toen een klein vliegtuig en wij zaten op de vloer van het vliegtuig. Dat was in de winter. In de lente kwam het vliegtuig ons ophalen, en Mam en Pap bleven voor het zetten van de vallen voor de muskusratten. Een vliegtuig met bevoorrading kwam langs en bracht de spullen en Vader bouwde een boomhut zodat de dieren ons voedsel niet zouden opeten. Zo kregen de beren niets te pakken. Alles werd in grote hoeveelheden gekocht, zakken meel, zakken suiker, dozen met gedroogde appels, allemaal eten dat niet snel zou verrotten.  Wij verbleven in een hut. Een hut die Pap en Mam hadden gebouwd. De matrassen bestonden uit hooi, een zak gevuld met stro. Dat was ons beddengoed. Er was een houten fornuis. Maar zij lieten ons nooit vuur maken. Ik weet niet waarom wij geen vuur mochten maken in de ochtend, zij deden het altijd. En de pitten van het fornuis uhm, Mam vlechtte vodden aan elkaar en dat gebruikte ze als pit. Ze had dan een pan en ze draaide hiermee over de pit en plaatste het erbovenop. Ze gebruikte talk, dat is dierlijk vet.
We gingen dan konijnen vangen, konijnen voor in de hutspot, voor in de soep, we gebruikten alles van de konijnen. Ik ging dan naar buiten en schoot ze of strikte ze in een val. Ik ben heel wat tijden midden in de nacht opgestaan om te kijken of iedereen sliep. Ik deed dan mijn kleding aan en ging met mijn vallen naar buiten en kwam met konijnen terug. Sommige waren wakker als ik terugkwam en sommige waren nog steeds aan het slapen. Dit was in het midden van de nacht, vanwege de volle maan. En het was net als daglicht voor mij. Ik was bijna de oudste. Helena was de oudste, dan kwam ik, dan Margaret, Florence en Rachel de baby. Dat was in de jaren dertig. Ik ging niet naar school. We kwamen niet uit de wildernis totdat ik elf jaar oud was en toen begon ik met school en kon ik geen Engels. Ik moest het nog leren.

Had je veel familie in Young’s Point?
Ja, behoorlijk wat. Dat is waar Opa en Oma vandaan kwamen. Zij hadden daar land voor negentig jaar gehuurd. Opa ging de wildernis in. Hij was een medicijnman en ik hielp hem soms om kruiden te zoeken. Hij wist alle namen, bij alles wat hij oppakte noemde hij de naam en waar het voor was, in zijn eigen taal, in Cree. Maar hij heeft het me nooit echt geleerd, ik wou dat dat nu nog kon. Ik weet een klein beetje over wilde gember, waar je het voor kan gebruiken. Ik wou dat ik meer had geleerd, dat ik beter had geweten, maar dat heb ik niet gedaan. We hadden van dat bruine opberg papier. En Opa sneed dat in driehoekjes, kleine driehoekjes, die vouwde hij allerlei kanten op, hij markeerde ze en hij bond ze vast met een soort touw, en dat was zijn medicijn. Zijn recept. Ik herinner hem in een krant, het was een bruine krant en dokters hadden geen hoop meer voor een man, hij had een soort van zweren geloof ik, en ze stuurden hem naar Opa en hij genas hem.

De gemeenschap waar jij deel van uitmaakte (Young’s Point), was dat een Métis of een Indianen gemeenschap?
Het was een Cree en Métis gemeenschap. Het was Métis omdat mijn oom en mijn vader blank waren. Pap was Nederlands en mijn oom Belgisch. Ze trouwden twee zusters. Ze kwamen samen vanuit België en Nederland, ze kwamen met een schip.

Waren er in die tijd veel Europese mensen in Young’s Point?
Ik heb eigenlijk geen idee, want in die tijd had ik daar weinig aandacht voor. Ik ging op visite bij mijn tante, mijn oom, mijn oma en opa en bij vele anderen. Maar mijn nichtjes en neefjes waren dicht bij ons, maar een klein stukje lopen. We hebben veel tijd samen doorgebracht. Zij hadden een boerderij, dus we waren daar vaak voor melk. Zij waren familie via mijn opa’s kant. We werden daar altijd verwend, ze maakten kommen met pudding met verschillende smaken en elke keer kregen we zulke traktaties. Ze maakten koekjes en dat soort dingen. We hadden een kleine tuin met aardappels en andere dingen die mijn moeder plantte. Wij hielpen. We hielpen allemaal, we hadden niets beters te doen. We konden niet de hele dag in de wildernis spelen.
                Met kerst riep Mam iedereen bij elkaar en gingen we op visite bij de hele buurt. Dat was altijd leuk. Ik weet niet hoeveel mensen er woonden. De tijd ging snel toen we uit de wildernis kwamen en op onzelf waren aangewezen. Het was 1942 toen Pap in het leger ging en Mam ons voor de eerste keer alleen liet om hem te zien in kamp Shallow dicht in de buurt van Winnipeg. Dat was de eerste keer dat Pap ons achter liet en weg was voor vijf jaar. We verhuisden naar de Pas. Ik was dertien en ik begon te werken in een café. Ik had maar drie jaar scholing gehad, van mijn elfde tot mijn dertiende. Niettemin kwam ik tot de vierde klas.

Wat was denk je het beste aan het leven in Young’s Point?
Ik denk de familie. De hele familie samen. Dat was goed. Iedereen zorgde voor iedereen. Er was een jaar waarin Mam zei dat Pap pas laat thuis zou komen van de vallijnen en ze zei dat we geen Kerst zouden vieren dit jaar. De kerstman komt niet. Toen maakte ze jurken voor ons allemaal als kerstcadeau en daarna ging ze even weg en kwam de buurvrouw stiekem met cadeau’s en die zette ze bij de deur. Dan kwam Mam weer terug en had ze een zak met sinaasappels, koekjes en van alles bij zich. Dat was onze kerst.

Ben je wel eens echt ziek geweest toen je jong was?
Ja we waren allemaal ziek van de mazelen. Ik denk dat ik daar ook doof van ben geworden. Toen we met school begonnen kregen we ook last van de bof en dat soort ziektes.

Ging je ook naar de dokter?
Nee, Mam kreeg medicijnen van Opa. 

Wat was naar jouw idée het ergste aan het leven daar?
                Niets, onze familie was bij elkaar totdat Pap in het leger ging. Daarvoor waren we in Sherridon. We gingen naar Sherridon en kwamen daarna terug in The Pas. Ik weet nog dat we naar Sherridon gingen en Pap een baan kreeg in de mijnen daar, de Sherridon Gordon mijnen. Daarna gingen we weer terug naar The Pas, en ging hij bij het leger. We verlieden Young’s Point, toen mijn vader en iedereen weg was. Ze waren overleden. Toen moesten we naar school. We moesten naar school toen mijn vader bij het leger ging. Ze stopten ons alle vijf in één ruimte. Helena was de oudste en ze zette alle bureau’s in een rij. Helena achter mij, Margaret, Florence en Rachel waren vooraan en zij was slechts vijf jaar oud maar ze namen haar ook mee.  Het was een Duitse leraar die aan mijn vader vertelde dat het zonde was om ons te scheiden. Ik kwam nooit in de problemen. Ik praatte nooit terug. Ik hield er niet van, ik wou weer vallen zetten. We leerden wel wat, maar niet veel. Mickey en Florence deden het goed.
Ik voelde me stom toen ik veertien was en in de vierde klas zat, dus ging ik aan het werk als een serveerster en ik heb zeven jaar op dezelfde plek gewerkt. Ik was een afwasser in het Exchange Café. Op een dag kwam een meisje niet opdagen en toen kreeg ik een uniform en werd ik op haar plaats gezet. Zo begon het. In het Exchange Café, in The Pas. Nadat Pap terugkwam bleef ik werken, hij was vijf jaar weggeweest.

Wat deed je moeder in die tijd?
Op ons passen. Rachel was nog te jong en daar moest ze voor thuis zijn.

Had je veel vrienden en familie in The Pas?
Veel zelfs. Ze kwamen vaak op visite met hun kinderen naar Mam’s huis. Of wij meiden gingen helpen babysitten. Net nadat Pap bij het leger ging was ik vaak bij Oma. Ik bleef vaak bij Opa en Oma slapen. Oma hakte het hout vaak s’avonds en ik hielp haar. Op een avond was het donker aan het worden, oma was te lang bij Mam gebleven denk ik. We gingen naar de heuvels waar hun hut was en ik wilde haar helpen. Ze zei ja en gaf me een stuk wilg en ik gaf het een klap met de bijl en het vloog recht in mijn gezicht. Het volgende wat ik me kan herinneren was koud water in mijn gezicht en oma was ontzettend bang om me weer terug naar huis te brengen. Ze was bang dat Mam boos zou worden omdat ze mij hout had laten hakken.
                Sherridon was een nieuw dorp waar ze huizen aan het bouwen waren. Er waren al best wat huizen en er kwamen steeds meer. Dus woonde ik daar, maar ik weet niet voor hoe lang. Omdat ik begon te reizen met mijn vader toen ik pas negen jaar was. Ik denk dat ik drie jaar in Sherridon heb gewoond.

Wat was volgens jou het beste aan het leven in Sherridon?
                Ik denk de juiste scholing. Ik paste toen ook al op. Een dame kwam en gaf me haar kleine baby. Zij hielp het in slaap vallen en moest ergens heen en liet mij oppassen. Als de baby ging huilen gaf ik het een flesje. Alles is in orde. Veel kinderen die ik ken van The Pas gingen daar ook naar school. Ze zijn nu allemaal weg, overleden, ze waren ouder dan mij. Ik wordt in augustus zeventig.

Had je in die tijd een favoriete leraar?
Ja, de Duitse lerares die vond dat wij samen moesten blijven. Zij onderwees mijn jongste zusje van vijf jaar oud, terwijl kinderen normaal gesproken pas aangenomen worden met zes jaar. Ze speelde ook allerlei spelletjes met ons. Ze liet ons niet alleen. We moesten stil zijn, mochten geen kauwgom mee naar school en je mocht niet antwoorden voor een ander. De lerares schreef dan woorden op het bord en zij zei welke woorden wij moesten uitspreken. Mijn oudste zuster is erg verlegen en haar gezicht werd vuurrood als ze wist wat ze moest zeggen maar het verkeerd zei en ik haar verbeterde. Ik kreeg elke keer problemen omdat ik voor haar antwoordde.

Speelde je ook na schooltijd?
Nee, we moesten naar huis. Ik had taken te doen, zoals hout opstapelen in de kelder.

Kreeg je ook bepaalde beoordelingen op school?
Nee, maar mijn zussen wel. Zij zijn jonger dan ik ben, en kregen certificaten enzo.

Hoe was het om een Métis te zijn in Sherridon in vergelijking met Young’s Point in The Pas?
                Geen idée, naar mijn idée niet anders. Toen ik begon op school noemden ze ons Indianen en probeerden ze ons te duwen enzo. Florence zal daar wel meer over vertellen als je haar treft, zij sloeg ze gewoon. De enige plek waar ik het verschil merkte was in BC. Hier ging ik heen omdat de inwoners hier geen gebruik maken van Crees. Ik vroeg daar een keer ‘Wat is het probleem? Waarom hebben jullie niets met Crees?’. ‘Oh, ze komen hierheen’, zei de man, ‘Ze komen hierheen in boten, en stelen onze vrouwen’.
                Toen ik in Ontario aan het settelen was werd ik een Mulligan, ik verloor mijn man daar en hertrouwde in BC. Ik was een Mulligan en mijn kinderen zijn Mulligans (Mervin en Debbie).

In welke jaar ben je getrouwd?
In 1952,  in Bourdeau. Dat ligt in Ontario in de buurt van Perry Sound en Huntsville Ontario. Ik kwam vanuit Manitoba naar Ontario, en dat is waar ik Mulligan ontmoette. Toen mijn vader uit het leger terugkwam, nam hij Margaret en Florence met zich mee en liet hij mij en mijn jongste zusje bij mijn moeder achter en verhuisde hij naar Toronto. Dus ging ik naar hem toe en bezocht hem. Ik reisde altijd alleen. Als je ergens heen wilt kun je beter alleen reizen. Ik was bij mijn vader op de boerderij, hij had een kippenboerderij. Ik was toen negentien.

Heb je een goede herinnering aan je trouwdag?
Nee niet echt. Ik wilde terug naar The Pas. Omdat ik daar ben geboren. Al mijn familie woont daar, behalve mijn twee zussen.

Waar heb je je tweede man ontmoet?
In Willow River, in 1973. He stierf aan een hartaanval. Ik had mijn open hart operatie in 1981 en hij stierf zeven maanden later. Ik ga niet meer trouwen, ze sterven allemaal. Ik probeer mijn gedachten te veranderen met J. Hij blijft me vertellen dat het een schrikkeljaar is. Nu is het jaar over en moet ik weer vier jaar wachten.

Toen je vader in de oorlog zat, wat deden jij en je familie toen?
Ik was een serveerster. Volgens mij waren we allemaal serveersters. Mijn oudste suz Mary, Helena, ik, Mickey en Florence. We waren allemaal in de cafés aan het werk, wel in verschillende cafés. We werkten allemaal. Ik verdiende maar zeven dollar in de week dus dat was niet veel. Ik kocht voor mijzelf een paar panty’s en gaf de rest aan Mam. Dan was het veel geld, naast de fooien. Mijn schoonmoeder, werkte op een boerderij. Ze kookte en deed alle klusjes. Ze melkte de koeien, mestte de stallen uit, gaf de dieren te eten, ze deed alles, voor vier dollar per maand. Ik verdiende veel fooi, maar ik spaarde niet. Ik ging met de kinderen naar shows en kocht ze dingen. Toen Mickey, Rickey en Florence nog thuis waren bracht ik hun chocolade. Ik werd er misselijk van.    
Toen ik naar Ontario verhuisde, werkte ik als serveerster in het restaurant van een hotel. Dit was in ploegendienst, je startte s’ochtends met het serveren van het ontbijt, dan was je twee uur vrij en serveerde ja daarna de lunch of het diner en dan was je de namiddag vrij. Daar leerde ik om te haken en breien. We hadden een kamer waarin we konden rusten. En we kregen één dag in het weekend vrij. Dit was in Berks Falls. Mijn vader was in Wawa Ontario. We gingen er allemaal een keer heen met kerst. Hij werkte in een mijn als bewaker. Hij probeerde een boerderij op te zetten, maar dat werkte niet.
                Ik werd eenzaam, nadat mijn gezelschap in de wildernis bestond uit reizen met mijn vader. Een dag liepen we 35 mijl. We deden alsof er een tent was waar de familie op ons wachtte. Een tent die opgezet was op de helft van de vallijnen. Dan gingen we tot daar en zei mijn vader ‘okay, je hebt ver genoeg gelopen, zet hier maar wat vallen neer, schiet een paar eekhoorns en konijnen af en kook ze als je wilt’. Maar hij wilde eigenlijk niet dat ik in mijn eentje een vuur maakte. En dat was wat ik deed, in een tent zitten en eekhoorns villen.

Wie heeft je al die dingen geleerd?
                Mijn vader. Maar vossen en dergelijke waren waardevol en die mocht ik niet aanraken. Bevers, mijn vader vilde die. En hij vertelde vaak hoe hij mij heeft leren schieten. Hij maakte een paar extra lange sneeuwschoenen. Hij liet mij dan op een steen staan en plaatste zijn .22 in de opening van de sneeuwschoen. Ik moest richten op datgene waarop ik wilde schieten. Ik deed dat en ik raakte eekhoorns recht in het oog. Maar ik mocht geen munitie verspillen, want alles kost geld. Neem je tijd en niet haasten. Houdt je gedachten bij wat je gaat doen. Ga er niet op af en probeer het te schieten waardoor je de pels verpest, want dan hebben we er niets aan.
Maar op een dag kwamen we terug bij onze tent, het was vrij laat, en er hing een briefje in onze tent. Het was van onze buurman, ook een jager en hij wilde mijn vader zien. Maar hij had er niet bij nagedacht dat we zo laat thuis zouden komen en naar hem zouden gaan. Pap zei ‘Gaan we het redden denk je? We kunnen via het beekje’. Hij deed zijn Nederlandse schaatsen om en stopte mij in de slee en we gingen via het beekje. Het was leuk en ging snel. Toen we daar aankwamen was ik moe en de buurman zei ‘oh John, het was niet de bedoeling dat je vandaag nog kwam. Kijk naar Tonia, die is doodop’. Hij pakte me op en stopte me in zijn bed. Ik kan me er niets meer van herinneren. Hij had een brief of iets wat hij mijn vader wilde vertellen of wilde laten lezen.
 Ik weet niet of het leven makkelijk voor me was. We hadden nooit zware tijden als we in de wildernis waren. We konden altijd een konijn of kip afschieten of een sneeuwhoen vangen. Ik weet niet, mijn vader was een goede kostwinner. Op een dag vroeg hij mam of ze genoeg voedsel had totdat hij terug zou komen? Ik weet niet waar hij heenging, maar ik denk naar de vallijnen. Mam zei dat ze nog een eland wilde voordat hij weg zou gaan. Het was al donker aan het worden en Pap zou vroeg in de ochtend vertrekken, maar hij zegt tegen me ‘laten we naar de rivier gaan en kijken of we nog iets kunnen vangen’. Hij had een stuk barst waarmee hij een elanden lokroep kon nadoen. En er kwam een eland op af en hij schoot. Maar het was te donker om het mee te nemen, dus bond hij het vast aan een paar wilgen en liet het daar liggen tot de volgende ochtend. Toen kwam hij terug, vilde hem en maakte er stukken van die hij naar Mam bracht.
Pap vertelde ons altijd spookverhalen voor het slapen gaan. De ene man vermoorde de andere man en sneed zijn lever eruit. Zulke verhalen laten je de hele nacht denken dat je die man hoort roepen om zijn lever. En we lagen allemaal onder de dekens. Arme Pap, het was een vreselijk verhaal om te vertellen bij het naar bed gaan.

 

Sprak je vader Cree?
Hij sprak perfect Cree. Je kon hem nooit met zijn mond vol tanden laten staan, hij had overal een antwoord op. Hij heeft het via Mam geleerd, omdat zij vrij goed engels kon verstaan.

Ik weet dat je opa een medicijnman was, maar deed hij ook nog andere dingen?
Nou ze hadden een tuin die hem altijd bezig hield. Ze kapten hun eigen hout voor de winter. Opa was vroeger vast een jager. Ik weet het zelf niet, ik ken hem alleen al seen ouder persoon. Maar dat heeft hij vast gedaan vroeger, hij moest zorgen dat zijn familie kon blijven leven. Mijn Opa is geboren in het Red Earth reservaat.

Heeft je oma ook andere dingen gedaan naast het helpen van je moeder met het op de wereld zetten van al die meiden?
                Mijn Oma hielp mijn Opa veel. Hij had die stukken papier die hij vouwde en markeerde en zij wist ook hoe ze ze moest markeren. Ze wist wat alles was. Mensen kwamen naar haar toe voor verschillende dingen. Mijn moeder, vader, oom, tante en alle andere oprichters gingen zaterdags met hun paard en wagen hooi ophalen. En op de zondag erna gingen we naar de wagen en gooiden we al het hooi eruit en we maakten er een kerk van. Ik wou de priester zijn, maar mijn neefjes en nichtjes zeiden nee. Jean zei dat dat niet kon, omdat ik vorige maand of vorig weekend al was geweest. En ik werd toch de priester en toen kwam ze op me af en ik viel van de rand en brak bijna mijn elleboog. We waren zo dom, ze hadden ons nooit verteld over hoe het leven ontstaat. Ze vertelden ons niets. Dus werden we op een gegeven moment allemaal weggestuurd om water te halen uit de bron, we moesten de snelweg oversteken om bij de bron te komen. En toen we terugkwamen moesten we meer water halen omdat er gewassen moest worden. Toen we daarna terugkwamen wat Rachel opeens geboren. Er was een nieuwe baby, daarom waren we telkens weggestuurd.

Waren je ouders streng?
Nee, maar ze leerden ons om nooit te stelen, nooit te liegen en nooit iets mee te nemen wat niet van ons was. Respecteer je moeder, vader, oma en opa. En we mochten niet vloeken, en in Cree bestaan geen vloekwoorden.

Oh echt, dat wist ik niet.
                Dat wist ik eerst ook niet, totdat ik op visite ging bij mijn vader en hij spreekt zowel Engels als Cree. Ik had hem toen minstens tien jaar niet gezien. Hij vertelde mij verhalen in het Cree’s en ik antwoordde in het Engels. Toen vroeg hij of ik mijn eigen taal vergeten was? Ik mocht het nooit vergeten, omdat het een heilige taal is. Je kan God alleen noemen in het gebed en je kan niet vloeken omdat er geen vloekwoorden zijn. Dat is de waarheid, hij vertelde dat ik de taal nooit mocht vergeten.

Hoe oud was je toen de slechte jaren begonnen?
                Ik was… wij hebben er niet veel van onthouden omdat wij in de wildernis waren. Mensen in de steden hadden niets meer, maar wij hadden alles. Het was erg moeilijk voor sommige mensen, maar de boeren en mensen in de wildernis, zoals jagers, hadden het haast niet door omdat we alles hadden wat we wilden. In de zomer kwamen we terug en in de winter bleven we daar.  

Ik vraag me af of er ook moeilijke tijden waren?
Nee, maar als het al zo was dan hebben we er niets van gemerkt. Mam klaagde nooit over Pap.

Moedigden je ouders je aan om dingen te doen?
Nee. Mijn moeder was een besproken bruid. Je weet wel hoe ze dat doen bij de Indianen, je wordt uitgehuwelijkt. Je gaat naar een huis toe en ziet een meisje van dezelfde leeftijd als jouw zoon en zegt dat de dochter opgroeit voor jouw zoon. Zo ging dat met de kinderen. Een van mijn nichtjes werd gekozen als bruid, maar haar man was erg gemeen voor haar. Ze vertrok uit de Pas en kwam in BC, waar ze nu nog steeds woont. Ze heeft drie kinderen met hem.

Kan je me wat meer vertellen over jullie huis, in The Pas, toen je opgroeide?
Het was vol. Maar om te beginnen weet ik nog dat Mam een bezem maakte van takken. Ze brak takken van de boom en maakte er een bundel van die ze gebruikte om de vloer mee aan te vegen. We hebben nooit het verhaal over het verschil tussen het leven van een man en een vrouw gehoord. Ik wist niet wat er ging gebeuren toen Mervin werd geboren. Ik wist niet waar hij vandaan zou komen. We vroegen nooit wat.
Als we naar Oma gingen, sliepen we in een kamer met zijn allen op de grond. Het huis was niet echt koud. Alleen een keer toen het bevoorradingsvliegtuig verdwaalde. Pap ging naar Tom Lamb en vertelde dat we zonder eten zaten. Tom Lamb zorgde voor eten, maar de piloot was jong en kon geen plek vinden om te landen en vloog daarom weer terug. Pap dacht dat we nog wel wat hadden, maar we hadden niets meer. Mam zorgde dat het vuur bleef branden maar we hadden zelfs geen bloem meer. Dus ging Mam met ons naar het meer toe. Ze maakte een gat, zoals Pap vaak had gedaan. In het gat stopte ze een stok of blok hout, samen met een touw maakte ze een net. Dat deed ze helemaal alleen en daarmee ving ze vis voor ons. Dus we aten gekookte vis, gekookte vis en nog eens gekookte vis. Toen ze ons eindelijk vonden waren we in ieder geval nog in leven. Ik zou daar nooit aan hebben gedacht. Alles wat ze had was een bijl om een gat in het ijs te maken, en dat was behoorlijk dik.
Opa en Oma hadden altijd een tuin. Mijn oom en tante hadden een grote boerderij naast ons, dus melk en alles wat we wouden kwam daarvandaan. We gingen ’s nachts altijd naar hun tuin, maar we werden een keer betrapt. We gingen met zijn allen en namen een lepel, een theelepel mee en dan gingen we in zijn tuin rapen opgraven. En ze waren vers erg lekker. Ik denk dat hij ons al een tijdje doorhad maar eindelijk liet hij ons schrikken. Hij kwam naar ons toe en zei, nu gaan jullie mee om de koeien te melken. En jullie gaan mee naar de hooiberg. Jullie gaan van alles doen voor die rapen. En dan moest hij erom lachen… het was een goed leven. We waren altijd vrolijk. Er was niets om verdrietig over te zijn. Er werden ons nooit droevige dingen verteld, zelfs niet in de kerk. Mam ging elke zondag met ons naar de kerk toen we nog in The Pas waren. En als we begonnen te klieren, hoefde ze geen woord te zeggen. Ze had lange nagels en ze hoefde maar een klein kneepje te geven. Zo leerden wij, maar een kneepje en we waren stil. Dan klierden we niet meer. Ze sloeg ons nooit in het openbaar, maar dan kregen we het wel te horen als we thuis kwamen.
                Zo heb ik mijn kinderen ook opgevoed. Ik vertelde Mervin en Debby altijd voor het winkelen dat we alleen huishoudelijke dingen gingen kopen en dat ze niet om andere dingen moesten gaan vragen. Maar meestal gaf mijn man ze een kwartje mee om snoep te gaan kopen. Dan renden ze altijd naar de snoepafdeling toe. Ik heb ze altijd gezegd dat ze niets mee mochten nemen, want dat is stelen, stelen mag niet. Als ik het voor je kan kopen dan doe ik het, maar je neemt nooit wat mee en ze hebben ook nooit iets gestolen.
                Dit was allemaal voordat ik begon met studeren. Het is een goede plek voor een familie. Met mijn eigen kinderen en met de pleegkinderen heb ik altijd op de boerderij gewoond. We hadden geen dieren, gewoon een oude boerderij met een winkel en we woonden in de winkel.  Mijn zoon woont er nog steeds, hij heeft het opgeknapt. Hij verbouwd zijn eigen groentes. Ik heb het land verdeeld over mijn zoon en dochter omdat mijn tweede man er niet wilde wonen. We zijn er twee keer geweest, maar hij wilde er niet wonen, hij wou in BC blijven. Dus toen heb ik de boerderij aan de kinderen gegeven, door tweeën gedeeld. Mijn dochter verkocht haar gedeelte, maar mijn zoon is er gebleven. Hij heeft twee zoons, die daar zijn opgegroeid
                Ik ontmoette Mullgan toen ik mijn vader bezocht op de kippenboerderij. We gingen dansen in de Finn Hall en hij kwam daar ook. Hij was altijd erg verlegen, en hij is twee jaar ouder dan mij. Ik kreeg Mervin op mijn 24ste. Toen waren we een jaar getrouwd. En ik heb een miskraam gehad. Toen Mervin vier jaar was, was is zo blij, we gingen naar een picknick van school en ik speelde met een bal toen ik opeens erg ziek werd en naar het ziekenhuis werd gebracht, waar ik een miskraam kreeg. Ik was zo blij, er zat maar vier jaar tussen ik vond het een goede timing. Ik adopteerde Debby toen ik 34 was. Niet dat het uitmaakt, ze is als een eigen dochter voor mij. Ik kreeg haar toen ze zeven dagen oud was. De vrouw van het adoptiebureau kwam naar mij toe en vertelde dat er een meisje beschikbaar was voor adoptie. Ik ben naar huis gegaan en heb het met mijn man overlegd. En hij vond het een goed plan, dus we hebben haar de volgende dag opgehaald. Ze noemden haar Debbie Anne en ik heb haar Deborah genoemd.
                Toen Mervin ging trouwen heb ik tegen hem gezegd dat hij kinderen met een Indiaanse invloed zou krijgen. Toen mijn eerste kleinzoon werd geboren werd in vroeg in de ochtend gebeld en zeiden ze ‘Mam we hebben een roodhuid met krullen’. Toen de tweede kleinzoon werd geboren, zei mijn zoon ‘Mam je had helemaal gelijk, hij heeft zwart haar en zwarte ogen’.
                           Dus, ik weet het niet, maar het leven was goed voor me. Ik heb veel plezier gemaakt met mijn pleegkinderen. De eersten waren vijf uit één familie. De jongste was acht maanden, Marie twee jaar, Linda vijf jaar, Laura twaalf en Michael dertien jaar. We hebben ze elf maanden gehad. We moesten gewoon een aparte tafel maken uit triplex. Maar ik denk dat het de gelukkigste tijd van mijn leven was met al die kinderen. Ik deed balspelen met ze en we gingen samen zwemmen.

Waarom heb je gekozen om pleegkinderen te nemen?
                           Na vijf jaar werd het huis te klein denk ik. En een koppel uit de buurt ging verhuizen naar de centrale snelweg. Ze was een goede vriendin van mij en ze vertelde me dat ze zouden gaan verhuizen en vroeg zich af of wij misschien belang hadden bij hun huis. Wij hadden net een nieuwe auto gekocht en die zouden we gaan inruilen. En toen vroegen we of we de auto konden gebruiken als aanbetaling. En dat vonden ze prima en toen reed in naar Perry Sound en vertelde ik dat we een groter huis hadden gevonden. Binnen een week kregen we deze vijf. Mijn schoonmoeder kwam langs en zei dat ik wel een kind leek zo was ik heen en weer aan het vliegen. Ik zei dat ik bekaf was, en zij zei ‘wat denk je van mij, ik heb er acht opgevoed’. En daarop zei ik ‘Maar jij kreeg ze niet allemaal in één keer’. Ik kreeg alle vijf in één keer.
                           Ik liet ze altijd buiten spelen, ver weg van de snelweg. Ze namen zelfs de baby met zich mee. Oh nee, ik nam zelf de baby mee bij het opmaken van de bedden.  En dan keek ik door het raam naar buiten en toen zaten ze in een cirkel op de snelweg. Ze speelden met de bal en gooide die naar elkaar toe. Ik greep de baby en rende naar ze toe ‘ga daar weg, ik zie toch dat je niet mag spelen op de snelweg’. Het was de leukste tijd van mijn leven met al die kinderen om me heen. Ik speelde met ze mee, net als een kind. Ik speelde altijd met ze samen. Toen ik nog geen pleegkinderen had ging ik met Mervin naar buiten om met de bal te spelen. Dan wilde hij maar eventjes spelen, maar dan waren we uiteindelijk twee uur bezig.

Wanneer verhuisde je uit Ontario?
                           Ik heb hier 25 jaar gewoond. Ik verhuisde in ’69. Toen raakte mijn zwager (Mickey’s man) ook gewond, er viel een boom op hem terwijl hij een brand probeerde te blussen. Hij stierf en ik ben daarna bij Mickey gebleven. Ik heb een jaar bij haar gewoond. Toen kwam mijn andere zus ook langs, Florence, en zij bleef ook. Mickey belde mij gisteren nog, ze is nu in Kitimat, ze is een reiziger geworden. Ik weet dat ik hier blijf, dit is mijn laatste plek.

Leefde je man nog toen je vanuit Ontario vertrok?
                           Nee, hij is gestorven aan kanker. Hij was alles voor me. Ik was achtenveertig, misschien negenenveertig toen hij stierf. Toen mijn zwager gewond raakte ben ik verhuisd. Ik verbleef in Willow River, want daar woonde Mickey en daarna zijn we naar Prince George verhuisd. Debbie kwam terug toen haar vader stierf en Mervin bleef op de boerderij. Hij en zijn vriendin waren klaar om te gaan settelen.
Hoe is het nu om betrokken te zijn bij de Métis gemeenschap?
                           Ik heb veel geleerd toen ik terugkwam uit Ontario. Want de ‘Natives’ vinden onze nationaliteit maar niets. Ik weet niet waar het Métis komt kijken, misschien omdat ze Cree’s zijn. En ik ben Cree’s en blank.

Dus het is verschillend om Métis te zijn in Prince George in vergelijking met Ontario en Manitoba?
                           Ik dacht altijd dat er geen verschil was. Totdat ik hier kwam wonen, hier is het allemaal begonnen. Ik dacht dat Indiaans gewoon Indiaans was en ik heb er nooit over nagedacht dat er verschillen bestonden en ik heb mijn vader nooit gezien als een blanke. Ik wist ook nooit dat er iets bestond als een halfbloedje. Nadat ik was opgegroeid hoorde ik over halfbloedjes. Maar sinds de laatste jaren ben ik Métis.

Wat vind je het fijnste aan het leven hier?
                           Geen idee. De bergen denk ik en de mensen zijn erg vriendelijk.

Hoe is het om een Métis te zijn in Prince George?
                           Het is goed. Ik heb hier meer geleerd dan waar ook. Vooral omdat ik bij bijeenkomsten ben geweest. Toen de vrouwelijke Métis leider sprak tijdens de bijeenkomst moest ik bijna huilen. Ze legde alles uit, hoe mensen worden behandeld enzo. Zoals hoe mensen je neerzetten en over je denken. Maar nadat ik op mijzelf was, ging het allemaal goed.              

Wat zijn naar jouw idee de belangrijkste dingen die gebeurt zijn voordat je 21 werd?
                           Dat mijn vader terugkwam. Ik weet niet, ik miste hem heel erg, terwijl ik het erg druk had.

Waar, van de dingen die je hebt gedaan voordat je 21 was, ben je het meest trots op?
                           Geen idee. Mijn vader schepte altijd op over de vallen die ik zette.

Van alle plekken waar je hebt gewoond, welke plek was je favoriet?      
                        De wildernis, daar was het rustig.

 

Op welke dingen in hun leven waren je grootouders het meest trots?
                           Geen idee. Opa was een medicijnman, dus daar was hij druk mee. En Oma was thuis, zij had de tuin.

Had je bepaalde dromen voor je kinderen toen ze opgroeiden?
                           Nee. Ik heb ze altijd gezegd dat ik ze, als ze oud genoeg waren om het huis te verlaten, niets schuldig was en dat ze mij ook niets schuldig waren. Mijn zoon wilde niet gaan studeren, maar ik heb hem gedwongen. Hij had geen geld, dus toen zijn we samen op een boerderij gaan werken en heb ik hem 50 dollar gegeven om te kunnen gaan studeren. Mervin zei ‘ik kan je dat geld niet gelijk terugbetalen mam’. Ik zei dat het goed was en dat dat wel goed zou komen in de toekomst. Hij had een typmachine, zo’n draagbare, en die heeft hij me gegeven totdat hij me het geld terug kon betalen. Nu heeft zijn zoon hem.

Heb je nog een advies voor je kleinkinderen?
                           Ik weet niet of zij het zouden aannemen. Niemand luistert tegenwoordig nog naar iemand anders. Het is hun leven.

Welke persoon heeft je leven het meest beïnvloed?
                           Ik denk mijn vader. Voordat hij in het leger ging, wilde ik overal heen waar hij ook heenging. Ik had geen broers dus ik denk dat ik de zoon was voor mijn vader toen we in de wildernis waren. Dat dacht ik in ieder geval. We waren met tien meisjes. Mijn vader’s kant bestond uit jongens en meisjes. Mijn moeder’s kant bestond uit jongens en meisjes. Ik wou dat ik een broer had gehad toen ik een tiener was, dan had hij ons verteld wat we moesten doen.
                           Het leven is goed voor me geweest. Heel veel mensen zeggen altijd, als ik mijn leven over zou doen… dan wat zou ik dan doen? Ik zou precies hetzelfde hebben gedaan. Ik had een vriendin toen ik in Sunridge, Ontario, werkte. Ze wouden een serveerster hebben bij de bushalte en ze hadden snacks. Ik ontmoette een vrouw/meisje en ze had twee kinderen, een baby en eentje die al wat ouder was. Ze nodigde me uit bij haar thuis. En ik ging naar haar toe en ze vroeg me wat ik zou doen als ik het leven over zou mogen doen. Ik zei dat ik alles precies hetzelfde zou hebben gedaan. Zij zou sommigen dingen zus of zo hebben gedaan. Toen zei ik, nee als je je leven geleid hebt dan is dat het.